Nieuws


Nieuwsitems op gebied van Familierecht

(meest actuele eerst)

7-2-2019 Echtelijke woning over kunnen nemen, maar niet mogen overnemen ECLI:NL:RBOBR:2019:96

Toen het convenant tot stand kwam gingen partijen ervan uit dat de man het aandeel van de vrouw in de woning niet van haar kon overnemen en zijn zij verkoop van de woning aan een derde overeengekomen. Omdat de man thans de woning volgens zijn adviseur samen met zijn huidige partner zou kunnen financieren, rijst in beginsel de vraag of ook de man een bod op de woning kan doen. Die vraag kan niet worden beantwoord op grond van uitleg van het convenant. In zoverre is sprake van een leemte in het convenant.

Wat de voorzieningenrechter betreft dienen de belangen van de vrouw te prevaleren boven de belangen van de man. De man heeft geen enkel begrip getoond voor de emotionele problemen die de vrouw heeft omdat de man, na 33 jaar huwelijk in de woning met een nieuwe partner is gaan samenwonen. Hij heeft in eerste instantie de in het convenant overeengekomen verkoop van de woning aan een derde door bemiddeling van een makelaar gefrustreerd. Eerst nadat de man door de voorzieningenrechter in zijn vonnis van 5 juli 2018 onder verbeurte van een dwangsom daartoe is veroordeeld, heeft hij meegewerkt aan een opdracht aan een nieuwe makelaar (nadat de vorige makelaar zich had teruggetrokken).


5-11-2018 Wettelijke indexering alimentatie per 1 januari 2019 bepaald op 2%. 


​​​​​​​1-5-2018 Partneralimentatie: behoefte en eigen verdiencapaciteit ECLI:NL:GHARL:2018:3781

Het Hof heeft in een zaak van Mr. Zoer beslist dat in geval van partneralimentatie degene die alimentatie vraagt dit goed moet onderbouwen. Wat heeft diegene als levensstandaard tijdens het huwelijk gehad. Tevens moet er sprake zijn van het ontbreken van onvoldoende eigen verdiencapaciteit om de gevraagde bijdrage van de ex- partner zelf te kunnen verdienen.

Mr. Zoer stond de man bij in hoger beroep. De Rechtbankprocedure was gedaan door een andere advocaat. De man was het niet eens met de uitkomst van een partneralimentatie van € 4.000 per maand zoals de Rechtbank had beslist. Ik heb met de man samen aangetoond bij het Hof dat de vrouw haar behoefte aan een bijdrage onvoldoende heeft aangetoond en voor zover ze behoefte had aan een bijdrage, ze voldoende eigen verdiencapaciteit had om haar evt. behoefte aan inkomen zelf te kunnen opbrengen. Het Hof heeft de partneralimentatie van € 4000,- per maand verminderd tot € 0,- (!) , vanwege het hebben van voldoende eigen verdiencapaciteit aan de zijde van de vrouw. De uitspraak van de Rechtbank werd daarmee vernietigd. 

Het is aldus van belang om direct een gespecialiseerd familierecht advocaat in te schakelen om te voorkomen dat er mogelijk onnodig kosten gemaakt moeten worden om een uitspraak van de Rechtbank te corrigeren in hoger beroep.  


9-3-2017 Wanneer men trouwt na 1 januari 2018 zijn er enkele belangrijke zaken voor ondernemers die zeker de aandacht verdienen om problemen bij een echtscheiding te voorkomen. De zelfstandig ondernemer of DGA is namelijk niet zo goed beschermd als men denkt door de regelgeving per 1 januari 2018. 

Een ondernemer die vóór het trouwen reeds een onderneming dreef, eenmanszaak, vof of BV, zal juridisch gezien alleen eigenaar blijven van de onderneming zelf de aandelen en niet ineens bij helfte van de echtgeno(o)t(e) na het trouwen. Bij echtscheiding wordt echter wel relevant in geval van een waardetoename van de privéonderneming, of de gemeenschap tijdens het huwelijk altijd een redelijke vergoeding voor kennis, vaardigheden en arbeid heeft ontvangen vanuit de onderneming. Is er opgepot in de onderneming bijvoorbeeld, dan kan dit alsnog met de ex-echtgeno(o)t(e) moeten worden gedeeld bij echtscheiding.

Ook is van belang te beseffen dat vorenstaande ook geldt voor huwelijken die gesloten zijn vóór 1 januari 2018, waarbij de echtgenoten zijn gehuwd in een beperkte gemeenschap en de onderneming privé eigendom is van één van de echtgenoten. Deze huwelijkse voorwaarden moeten aldus ook worden aangepast om bij echtscheiding voor een onaangename verrassing te komen te staan.  


4-12-2017 Trouwen in beperkte gemeenschap per 1-1-2018: niet tot de dood ons scheidt, maar voor zolang het duurt het uitgangspunt in feite.

 Per 1 januari a.s. wijzigt de wijze waarop met trouwt. Er ontstaan dan na het trouwen 3 afzonderlijke vermogens/potjes die goed afzonderlijk gehouden moeten worden, namelijk 1. privé goederen en schulden van de ene partner tot het trouwen en evt. nadien verkregen erfenissen of schenkingen, 2. privégoederen en schulden van de andere partner en nadien verkregen erfenissen of schenkingen en 3 de beperkte gemeenschap bestaande uit hetgeen wordt verdiend door beiden na het trouwen en wat daarvan wordt aangeschaft en uitgegeven tijdens het huwelijk. Een administratie bijhouden wordt in feite van iedereen verwacht tijdens het gehele huwelijk. Ga er maar aan staan. Wat als de ene dit wel bijhoudt en de andere niet omdat die ervan uit gaat dat ze toch altijd bij elkaar zullen blijven? Bij gemeenschap van goederen ontstonden er bij echtscheiding slechts beperkt discussies over wat van wie is, alleen wanneer er sprake was van een erfenis ontstond er nog wel eens een discussie of wanneer er sprake was geweest van een letselschadeuitkering. Wanneer de beperkte gemeenschap geldt per 1 januari a.s. zal bij echtscheiding veel meer discussie over geld en goederen ontstaan naar verwachting dan bij de huidige gemeenschap van goederen wanneer partners hier anders over denken en niets kunnen aantonen.  


21-11-2017: Vader zonder gezag mag geen foto's kind plaatsen op Facebook. 

Rechtbank Overijssel 18-9-2017 (ECLOLNL:RBOVE:2017:3924) 
Motivering:
Wat betreft het gebruik van social media overweegt de rechtbank dat het in het huidige digitale tijdperk gebruikelijk is om allerlei zaken via internet, bijvoorbeeld op Facebook, Instagram of WhatsApp te delen. Dat vader af en toe foto’s van [minderjarige] op Facebook wil plaatsen kan de rechtbank dan ook begrijpen. Echter, op het moment dat een foto op Facebook staat, is deze eigendom van Facebook. Facebook kan de foto bijvoorbeeld doorverkopen aan derden. Zo kan het zijn dat een foto opeens opduikt in een reclamecampagne of voor andere doeleinden wordt gebruikt. Degene die de foto heeft geplaatst heeft er dan geen controle meer over. Dat is ook moeders bezwaar. Zij is principieel tegen het plaatsen van foto’s van [minderjarige] op het internet via social media. De rechtbank deelt het standpunt van de Raad dat ouders van ver zijn gekomen. Na een lange en moeizame weg zijn zij er uiteindelijk in geslaagd om overeenstemming te bereiken over hun geschilpunten. Zij hebben de erkenning van [minderjarige] door vader in onderling overleg geregeld, waardoor een DNA-onderzoek niet meer nodig is, en zij hebben beiden ingestemd met het raadsadvies betreffende een omgangsregeling tussen vader en [minderjarige] . Het mag dan niet zo zijn dat het plaatsen van foto’s van [minderjarige] op Facebook een -nieuw- struikelblok vormt. De rechtbank is van oordeel dat, nu moeder als de gezaghebbende ouder tegen het plaatsen van foto’s van [minderjarige] op social media is, vader daarvan moet afzien.

Er zijn voldoende alternatieven beschikbaar, zoals het gebruik maken van een plakboek, een telefoon of computer om als trotse vader foto’s van [minderjarige] aan familie en/of vrienden te laten zien. De rechtbank zal op grond van het vorenstaande bepalen dat er geen foto’s van [minderjarige] op het internet via Facebook of een andere social mediasite mogen worden geplaatst.


17-11-2017 Wettelijke indexering alimentatie per 1 januari 2018 1,5%